Surfen op een goeie golf

Je zou niet willen ruilen met de moeilijke tijd waar Ruben Leysen jarenlang doorheen ging. Een lange onzekere periode van pijn zonder diagnose. Pijn die je tot stilstand brengt. Aan je bed kluistert. Onverklaarbaar is. Jaren waarin je zoekt, deskundigen van alle slag raadpleegt, probeert recht te krabbelen en altijd weer je pogingen moet staken. Leven met jezelf wanneer je alles hebt opgegeven wat je lief was: voor Ruben kon het niet anders. Gaandeweg moest hij het fitnessen, lopen, fietsen en tenslotte zelfs zijn werk loslaten. In de plaats kwam nog meer pijn, piekeren en proberen zin te geven aan de dagen. Uiteindelijk vond Ruben via de Mind-Body Unit van het Leuvens universitaire ziekenhuis de weg naar een Psychosociaal revalidatiecentrum, therapie, begeleiding bij een psychologe en GTB. Hij vond ook de weg naar de Kringloopwinkel, waar hij nu vrijwillig meewerkt in het TrashDesign atelier.

‘Alle ups en downs in rekening gebracht, evolueert het nu de goede kant uit’, vertelt Ruben. Bij TrashDesign maken medewerkers van oude meubelen en gerecycleerde materialen nieuwe producten. Zoals een gloednieuwe tafel op een oud onderstel bijvoorbeeld. Of, zoals nu, een reeks schildersezels gemaakt van palettenhout. ‘Ik hou van dit werk, van de materialen, en van het idee dat we afgedankte spullen een heel nieuw leven kunnen geven’ zegt Ruben.

“Ik hou van dit werk, van de materialen, van het idee dat we afgedankte spullen een heel nieuw leven kunnen geven.”

Voorzichtig vrijwilligerswerk

Drie jaar geleden begon Rubens engagement bij de Kringwinkel voorzichtig, met een halve dag per week. Nu zijn dat al twee en een halve dagen. Terug aansluiting vinden in de werkwereld is een uitdaging van lange adem. Voor Ruben betekent het: zijn persoonlijke uitdagingen in de ogen durven kijken. Perfectionisme bijvoorbeeld, en daar – fouten makend en toch doorzettend – zijn weg in vinden. Of omgaan met schuldgevoel dat zwaar weegt wanneer zijn werktempo nog niet is wat hij vindt dat het zou moeten zijn.

Zoals toen die keer, toen TrashDesign gevraagd werd enkele houten urnen te maken voor een begrafenisondernemer. Ruben kreeg die opdracht, omdat de collega’s dachten dat die werkelijk bij ‘m paste. Omdat het over een nieuwe taak ging, wilde TrashDesign goed registreren hoeveel werktijd de productie van zo’n urne zou kosten. ‘Dus moest ik mijn werkuren nauwgezet bijhouden. Terwijl ik op dat moment vreselijk worstelde met mijn oordeel over mijn werktempo.  Ik kan je zeggen: dat heeft me tonnen frustratie en kwaadheid op mezelf gekost.’

Zelfzorg en geduldig leren

‘Maar frustratie en kwaadheid vragen 80% van mijn mentaal vermogen, waardoor er nog maar 20% ruimte in mijn hoofd overblijft om te kunnen focussen op mijn werk’, zegt Ruben. Welke uitweg vindt een mens daarin, vraag ik hem. ‘Zelfzorg’, zegt Ruben. ‘Mezelf niet blijven pushen en onder hoogspanning drijven, maar mezelf gunnen dat leren tijd vraagt. Me deze geduldige weg naar werk toestaan, hoe hobbelig die ook is. ’ In schematherapie leert hij gedachten herkennen die hem in de weg zitten en stress veroorzaken.

“Als het hier fout gaat, dan beginnen we gewoon opnieuw. Ik noem dat ‘oefentijd’, tijd die ik krijg om te groeien als mens en als werknemer.”

‘Alle dingen die vroeger misliepen, kan ik nu geduldig leren wel goed te doen’, zegt Ruben. Omdat fouten maken geen punt is bij TrashDesign. ‘Als het fout gaat, beginnen we hier gewoon opnieuw.’ Ruben leeft en werkt in oefentijd, zoals hij het zelf benoemt. ‘Oefentijd om te groeien als mens en als werknemer.’ Oefenen met sociale uitdagingen, zoals opkomen voor zichzelf zonder een ander te schofferen. Oefenen ook met een gezond perfectionisme, dat een kracht is en een mens sterker maakt. Ongezond perfectionisme doet net het omgekeerde.

Van afval naar een woonkamer

Vrijwillig bezig zijn bij de Kringloopwinkel betekent veel. Naast oefentijd, vindt Ruben er een daginvulling, structuur en bouwt hij de handigheid op om dingen de creëren waar hij trots op kan zijn. ‘Zoals die tafel die ik maakte, en die nu in de woonkamer staat bij mensen thuis. Ze stuurden ons daarvan een foto. Dan denk ik yes, dit is echt mijn ding. Ik maak hier een verschil. En daar, in dat gezin zitten elke dag mensen aan een tafel zitten die ik maakte.’ Want is dat niet top, dat je van zogenaamd afval iets mooi kunt maken? Iets van massief hout, dat natuurlijk is, prachtige houttekeningen heeft en rust geeft door er gewoon naar te kijken? ‘Op die manier haal je toch de natuur in je huis’, lacht Ruben.

Upcycling, de goeie golf

Stilaan durft Ruben geloven dat hij ooit weer betaald werk kan doen. ‘Ik zit op een goeie golf nu, en ik hou de optie open om rustig naar een echte job te groeien.’ Hij volgt een avondopleiding tot fietshersteller. Hij wil kunnen herstellen wat kapot gaat aan een fiets, maar – liever nog – oude fietsen een eigentijds leven geven. De microbe van TrashDesign heeft ‘m te pakken. Bruikbare spullen creëren uit afval is top, en dat kan ook met oude fietsen. Upcycling, right?

“Ik zit op een goeie golf nu, en ik hou de optie open om rustig naar een echte job te groeien.”

Dromen trekken ons vooruit. Ze geven ons kracht om te blijven oefenen. Om met open blik te kunnen kijken naar elke grote en kleine vordering we onderweg maken. Ik leer het van Ruben. ‘Er is al veel wat echt goed gaat in mijn leven. Ik heb een vriendin. Ik kan weer fietsen, eens naar een concert af en toe, of een weekendje weg.  Ik ben weer een vrij mens.’

Ik ben vergroeid met Boskat

Een goeie ploegbaas zijn, dat leer je niet op schoolbanken. Dat word je, gaandeweg. Eerst door te ervaren welk verschil een top ploegbaas voor jou kan betekenen. En dan door het zelf te gaan doen voor anderen. ‘Je moet met je mensen gewoon omgaan zoals je zelf wil behandeld worden’, zegt Shari Corremans, ploegbaas van een groenploeg bij Boskat. Terwijl ik dat hoor, denk ik aan wat iemand ooit ‘pay it forward noemde’: wat je krijgt van iemand, kan je doorgeven aan andere mensen die op je pad terecht komen. Ik zie het Shari doen, en dat raakt me wel.

Ik tref Shari in Herentals. Haar ploeg neemt een private tuin onder handen. Ze snoeien de haag, maaien het gras en gaan onkruid te lijf. Met twijfel in haar blik komt ze bij me zitten. Niet te lang, want het werk wacht, en praten is niet zo haar ding, zegt ze. En toch. Enkele minuten later zit ik met grote ogen naar haar te kijken. Want wat ik hoor is pure, doorleefde wijsheid.

“Als de mensen in mijn ploeg blij zijn, en het werk is goed gedaan, dan geeft mij dat de goesting om te blijven doen wat ik doe.”

Hoe doe je dat goed, ploegbaas zijn, vraag ik haar. Het is een kwestie van aanvoelen, antwoordt ze. Ze haalt haar schouders op, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Aanvoelen wat juist is: zo ga je toch met mensen om? ‘Als de mensen in mijn ploeg blij zijn, en het werk is goed gedaan, dan geeft mij dat de goesting om te blijven doen wat ik doe.’

Kansen geven, luisteren en duidelijk zijn

Shari geeft haar mensen kansen om nieuwe dingen uit te proberen en te leren. Ze houdt rekening met wat kan en wat niet. ‘Als een collega last heeft van zijn heup bijvoorbeeld, dan ga ik niet verwachten dat hij constant moet bukken. En iemand die wat ouder is, hoeft van mij niet meer op een stelling te staan.’ Als iedereen doet wat die kan, haalt de ploeg samen het resultaat waar iedereen trots op kan zijn.

Als ploegbaas moet je ook tegen een stootje kunnen, denk ik. Hoe doet ze dat wanneer haar teamleden commentaar of kritiek uiten? ‘In commentaar hoor ik ideeën’, zegt Shari. ‘En als die beter zijn dan wat ik dacht, dan doen we het toch gewoon anders.’ Omgekeerd werkt het net zo. Als Shari een opmerking geeft, speelt ze die niet op de man. Commentaar heeft gewoon de bedoeling bij te leren en het samen beter te doen. ‘De manier waarop ik zeg wat ik te zeggen heb, hangt af van de mens die ik voor me heb’, zegt ze. ‘En aan sommigen moet ik gewoon laten zien dat ik de baas ben. Zeker ik, omdat ik een vrouw ben’, lacht ze.

Vergroeid met Boskat

Ze had nog nooit een hark van dichtbij gezien toen ze in 2011 bij Boskat aan de slag ging. Laat staan een lawaaierige bosmaaier of robuuste motorzaag. Intussen heeft Shari groene vingers, en zegt -om in de termen van het groenwerk te blijven, dat ze vergroeid is met Boskat. Ze kan zich niet inbeelden ergens anders te werken. Boskat is thuis geworden. En daar heeft haar vroegere ploegbaas een rol van betekenis in gespeeld.

“Ik heb het vroeger best moeilijk gehad. Dat de mensen op de bureau en mijn ploegbaas daar rekening mee hielden, heeft het verschil gemaakt.”

Ze heeft het best moeilijk gehad vroeger, vertrouwt ze me toe. ‘Dat de mensen op de bureau en mijn ploegbaas daar rekening mee hielden, heeft het verschil gemaakt.’ Ze kreeg de kans om met iemand te praten over haar problemen. Ze kreeg een time-out toen ze het hard nodig had. ‘De ploegbaas vertrouwde me zelfs de camionette toe voor mijn verhuis, en is mee komen helpen. En als we aan het werk waren en hij zag dat ik het moeilijk had, liet hij mij werk doen dat ik op m’n eentje kon beredderen. Zodat ik een beetje alleen kon zijn met mijn gedachten. Dat heeft veel verschil gemaakt voor mij.’

Veel om trots op te zijn

Wat ze van haar ploegbaas leerde, kan ze nu doorgeven in haar eigen ploeg. Acht jaar boskat, dat is inmiddels ook heel vertrouwd. Dat is belangrijk voor Shari, die zich slecht op haar gemak voelt in een omgeving met onbekende mensen. ‘Ik ben blij met wat ik bereikt heb’, zegt ze. In haar werk, maar zeker ook in haar privé leven. ‘Ik woon alleen. Ik ben ploegbaas. Ik heb geen schulden meer en betaal alle kosten zelf. En ik heb een dochter. Vijf jaar oud is ze.’ Shari recht haar rug. Ze kijkt me in de ogen. Ze glimlacht. Dit is wat trots met een mens doet.

Hier draait het om de mensen

Hij heeft het diploma van schrijnwerker en bakker op zak. Maar hij vond zijn draai niet in ’t leven. Tot hij bij Boskat terecht kwam om daar een werkstraf te doen. Toen die achter de rug was, kon hij in het kader van artikel 60 van de OCMW wet aan de slag blijven. Yve Smits lijkt nu wel z’n spoor te hebben gevonden. ‘Mijn wereld is opengegaan’, vertelt hij. Alles waar hij vroeger tegenaan liep, is veranderd. Het leven heeft weer kleur. ‘Bij Boskat draait het om resultaten én de mensen. Zoals ze dat hier doen, dat heb ik nog nooit ergens anders meegemaakt.’

Yve doet groenwerken: onderhoud, snoeiwerk en aanplantingen van bomen en hagen in private tuinen, bij rusthuizen, op KMO-zones, in sociale woonwijken en publiek domein. Werken in het groen past ‘m wel. ‘Vroeger ging ik al veel in het bos spelen. Daarom ging ik schrijnwerkerij leren. Bakken was m’n hobby, dus deed ik er later in avondonderwijs een diploma van bakker bovenop.’ Maar het draaide niet uit zoals hij had gehoopt. Van een sociaal leven bleef eigenlijk niks meer over. Yve hield het nergens langer dan zes maanden uit, vertelt hij me. Bij Boskat is dat vanaf de eerste dag veranderd.

Omdat het om de mensen draait

Hoe komt ’t toch, dat wat vroeger niet lukte, bij Boskat nu vanzelf lijkt te gaan? Yve moet niet lang nadenken. ‘Bij Boskat ligt de focus niet alleen op de resultaten, maar draait het ook om de mensen,’ legt hij uit. Hij merkt dat de leiding respect heeft voor ieders aard en tempo. Er wordt ook echt geluisterd, benadrukt hij, en dat betekent een wereld van verschil. ‘Als we een slechte dag hebben, of thuis met serieuze problemen worstelen, kunnen we daarover babbelen. Dan kan ik in de ogen van mijn ploegbaas de vraag herkennen van hey kerel, gaat ’t wel met u?’

“Bij Boskat heeft de leiding respect voor ieders aard en tempo. Er wordt écht geluisterd en dat maakt een wereld van verschil.”

Tof werk

‘Ik doe dit werk echt graag’, zegt Yves. De opdrachten zijn afwisselend. Altijd op een andere plaats, en elke dag wat anders. Snoeien, gras maaien, bomen aanplanten, met de bosmaaier werken. Soms zelfs een chocoladelevering doen aan de andere kant van ’t land, voor TWERK. Hij komt elke dag graag naar z’n werk, lacht hij. Hij voelt zich geweldig in zijn ploeg. Gezien als mens. ‘s Morgens bekijken ze samen wat er moet gebeuren, en wie welke taken voor zijn rekening wil nemen. ‘Ik kan meedenken en mag voorstellen doen. Daarom voel ik mij zo goed in mijn ploeg.’

Een wereld die opengaat

Sinds Yve bij Boskat werkt, is zijn leven veranderd, vertrouwt hij me toe. ‘Er is terug orde, meer regelmaat in mijn dagen. Ik verdien ook iets, en kan dus ook al eens iets leuk gaan doen. Mijn wereld is opengegaan.’ Die grote verandering zit in kleine, waardevolle dingen van elke dag. Zoals op tijd gaan slapen om er ’s anderendaags weer te kunnen staan op ’t werk. Of opnieuw aanknopen bij zijn Airsoft hobby en daardoor weer aansluiting vinden bij een vriendengroep. ‘En ik kan nu – dankzij mijn loon – ook iets teruggeven aan mijn grootouders. Zij hebben mij zo goed als grootgebracht. Nu is ’t mijn beurt om iets voor hen te doen.’

“Door te werken is mijn leven veranderd. Er is orde, meer regelmaat. En ik verdien iets, waardoor ik ook iets kan teruggeven aan mijn grootouders.”

Goesting in de toekomst

Over de aanleiding voor z’n werkstraf praten we niet. Ach, wat geweest is, is geweest. Wat telt is dat Yve’s leven in een goeie vibe terecht is gekomen. Dankzij het jongerenwerk van Den Travoo, en later de werkstraf bij Boskat. ‘Dat was trouwens voor niemand van mijn collega’s een thema. Ik was welkom en telde vanaf het eerste moment helemaal mee.’ Met zijn tewerkstelling via artikel 60 heeft Yve binnen een jaar ook zijn zaakjes op orde voor zijn recht op werkloosheidsuitkering. Maar zover hoeft het wat hem betreft niet te komen. ‘Het loopt goed. Ik doe m’n werk graag. Het is plezant werken bij Boskat. Ik durf hopen op een vast contract.’

Chocolatier door ervaring

Nick Janssens glimlacht een beetje timide wanneer ik zeg dat het een hele eer is om te mogen praten met een ‘ancien’ van TWERK. Nick is er al 16 jaar aan de slag. Hij heeft alle stappen in het ambachtelijke proces van chocolade en speculaas in de vingers. Nick is specialist in het allerfijnste werk, verneem ik van TWERK-begeleidster Anneleen. ‘Als hij pralines maakt, zijn die randjes heel fijn afgewerkt. Dan ziet er dat allemaal heel mooi uit.’ Weer zie ik die mooie verlegen glimlach bij Nick. Hij heeft eigenlijk niet het diploma van chocolatier, zegt hij. Anneleen antwoordt dat dat helemaal niet erg is. ‘Jij hebt jarenlange ervaring. Jij bent dus chocolatier door ervaring.’ Nicks leven draait grotendeels rond TWERK. Hij woont trouwens op vijf stappen van het atelier, in een eigen appartement bij TWONEN.

Ik: Al zestien jaar bij TWERK, Nick. Wat is hier dan dat voor jou zo past?
Nick: ‘De begeleiding is superleuk.’
Ik: ‘Wat doen zij dan?’
Nick: ‘Ze helpen ons als het nodig is. Als we problemen hebben met ons werk. Of als we ergens willen over praten. Zij zijn er zo écht voor ons.’
Ik: ‘Ja, dat klinkt alsof je er helemaal mag zijn hé. Is er nog iets dat je hier zo fijn vindt?
Nick: ‘Het werk zelf. Het liefste sta ik in de chocolade. Maar speculaas is ook wel leuk.’

Dat hij niet de hele dag door hetzelfde moet doen is belangrijk, zegt Nick. Hij hoort van mensen in andere bedrijven die dag in dag uit dezelfde dingen moeten doen. ‘Op den duur zou ik dat wel beu worden’, zegt hij. Bij TWERK is elke dag anders. ’s Morgens krijgt Nick een agenda met alle taken voor die dag. De ene dag is dat deeg maken voor speculaas, uitrollen, deeg printen in vormen of bakken. Een andere dag kunnen dat stappen zijn in het ambachtelijke proces van pralines of chocolade figuurtjes maken.

Zelfstandig wonen met ondersteuning

Sinds mei van dit jaar woont Nick in een eigen appartement bij TWONEN. Dat zijn negen assistentiewoningen voor mensen met een autismespectrumstoornis. Een eigen stek is tof. En dat die stek pal naast het atelier ligt, is een extra troef. Nick moet gewoon de binnenplaats oversteken om op TWERK aan te komen. ‘Dat is wel handig’, lacht Nick. ‘Want soms overslaap ik mij weleens. En nu is dat niet meer erg, want ik ben nu rap op mijn werk.’ Wonen in het centrum van Herentals is ook handig, vertelt hij nog. De winkels zijn vlakbij.

Ik: ‘Trek jij je plan op je eentje, Nick?’
Nick: ‘Nee, niet altijd. Koken heb ik hier moeten leren. Met de begeleidsters. Spaghetti maken lukt al. En vorige week maakte ik samen met de begeleidster macaroni met kaas en hesp.’
Griet: ‘Kook je meestal voor jezelf?’
Nick: ‘In principe zou ik het kunnen, maar ik heb wel eens een duwke nodig.’

Vzw OpWeg, onder meer gespecialiseerd in de begeleiding van mensen met ASS, biedt de bewoners van TWONEN één-op-één begeleiding en vrijetijdsbesteding. Nick vindt het leuk, zegt hij. ‘Fijn dat we zo in het weekend al eens een activiteit kunnen doen met een begeleidster.’ Binnenkort staat een uitstap naar Bobbejaanland op het programma. De uitnodiging hangt in de hal van TWONEN. ‘Ik moet mij nog inschrijven, want ik wil heel graag meegaan’, zegt Nick.

Eropuit trekken

Buiten komen, eens op een andere plek zijn, iets nieuws beleven en dingen leren is tof, vindt Nick. Dat ze onlangs met de collega’s van TWERK naar Chocolat Nation in Antwerpen gingen, was één van de leukste dingen die hij op het werk al beleefde. ‘Dat was heel leerrijk’, vertelt Nick. Hij ontdekte dat het verhaal van de chocolade begint in Afrika, waar ze cacaobonen plukken en sorteren en op grote schepen vervoeren naar hier. ‘En we hebben ook mogen proeven’, zegt hij. Zijn ogen blinken.

Ik wil leven in een samenleving waar iedereen bij mag horen

‘Ik wil aantonen dat mensen met autisme ook iets kunnen. Je mag dat gerust mijn levensmissie noemen’, zegt Nicolas Voorspoels. Nicolas werkt in de chocolaterie en speculaasbakkerij van vzw TWERK in Herentals. Hij zat bij de Anders-KAn-BEst-groep (AKABE) van de scouts, gaat bowlen met G-sport, is DJ en houdt van sporten. Deze zomer beklom hij de hoogste berg van Marokko. Gepassioneerd babbelt hij over zijn werk, zijn collega’s – die hij vrienden noemt – en de samenleving. Want daar schort nog het een en ander, vindt Nicolas. Het wordt de hoogste tijd dat we met z’n allen onze vooringenomenheden over mensen met autisme laten varen, vertelt Nicolas. ‘Potverdorie, neem ons serieus,’ zegt Nicolas. ‘Wij hebben ook talenten. Wij kunnen net zo goed bijdragen aan de maatschappij.’

2 april 2019 was een belangrijke dag voor Nicolas. Het was wereldautismedag. ‘Ik weet nog precies en in de juiste volgorde wat er die dag allemaal in het nieuws was. Stakingen in de luchthaven, vluchtelingen, de Brexit, de verkiezingen in België en Nederland en iets over gezondheid. En weet je wie er niet in het nieuws zat? Juist. Dat waren wij. Niet in het nieuws van ’s middags, en niet in het groot nieuws van ’s avonds.’ Schrijnend, noemt Nicolas het. Schrijnend pijnlijk. Nicolas krijgt vochtige ogen, tranen lopen over zijn wangen. ‘Ik zou me een oog kunnen uithuilen daarover. Ik vind dat niet kunnen.’

Ik: ‘Wat zeggen de tranen, Nicolas?’
Nicolas: ‘Alstublief, zie ons toch ook. Heb toch eens aandacht voor ons.’
Ik: ‘Als jij hoofdredacteur zou zijn van het nieuws, wat zou jij dan doen?’
Nicolas: ‘Dan zou ik altijd eerst kiezen voor de belangrijkste dingen. Voor de zwakkeren.’
Ik: ‘Wat zou jij willen dat de mensen verstaan over autisme?’
Nicolas: ‘Dat wij ook van alles kunnen. Dat wij niet achterlijk zijn. Niet zot in onze kop. Dat er ook vele verschillende autismespectrumstoornissen zijn. Dat het niet altijd gaat over structuur nodig hebben.’

Structuur?

Dat is wat de mensen denken over iemand met autisme: dat die structuur nodig heeft. En dan denken we aan: altijd dezelfde dingen doen, en liefst taken die zo eenvoudig mogelijk zijn. Maar zo zit het niet, legt Nicolas uit, niet voor hem en ook niet voor vele andere collega’s. ‘Ja, er zijn wel mensen die het moeilijk krijgen als de dingen anders lopen dan in hun hoofd gepland. Maar dat is niet voor iedereen zo, en ook niet voor mij. Bij TWERK kunnen we doorheen de dag verschillende dingen doen. Als ik iets klaar heb, ga ik werk vragen. En dan pak ik alles aan, met volle goesting.’

Bij TWERK hebben alle medewerkers een dagschema met verschillende taken die voor iedereen anders zijn. Dat geeft structuur in de tijd, duidelijkheid. Maar er zijn geen twee weken hetzelfde. Elke dag is anders, en net dat vindt Nicolas er zo tof aan.

Ik: ‘Waarom is het dan belangrijk dat er bedrijven zijn speciaal voor mensen met autisme?
Nicolas: ‘Omdat de druk op een gewone werkplaats veel te hoog is. Ik heb dat in mijn stage vroeger meegemaakt. En als de baas dan vindt dat het niet lukt, dan krijg je als persoon met een autismespectrumstoornis je C4.’
Ik: ‘En wat is er dan bij TWERK anders?’
Nicolas: ‘De begeleiders hebben kaas gegeten van autisme. En ze maken tijd. Dat begrip, dat voel ik hier. Ik had het deze morgen bijvoorbeeld een beetje lastig. Voor zo’n situaties hebben wij een stresslijst die we kunnen invullen. Dan kunnen we even nadenken hoe we ons voelen en hoe dat komt. Dan praten we dat uit en dan kan ik weer verder.’

De mensen denken maar wat

Nicolas deed al stage in een ander bedrijf, en solliciteerde bij verschillende bedrijven voor hij TWERK ontdekte. Hij heeft toen – en vroeger op school – dikwijls gemerkt dat mensen een eigen idee hebben over autisme. ‘Ze denken dat wij onvoorspelbaar zijn bijvoorbeeld, en dan schuiven ze ons aan de kant. Maar eigenlijk weten ze niet hoe ’t werkelijk zit. Als werkgevers nu eens naar hier zouden komen, dan zouden ze zien wat wij allemaal kunnen. Maar we voelen dat we worden afgescheept. En dat vind ik discriminatie.’

Ik: ‘Wat zou er dan moeten gebeuren, Nicolas?’
Nicolas: ‘Mensen moeten ons serieus nemen.’
Ik: ‘En waaraan zouden we dat kunnen zien?’
Nicolas: ‘Dat er meer aangepaste scholen zouden zijn bijvoorbeeld. En musea die aangepast zijn. En meer bedrijven zoals TWERK. En dat mensen met autisme meer kansen zouden krijgen om elkaar te leren kennen. Zoals ‘t pASSt bijvoorbeeld, een vereniging voor mensen met autisme waar ik ook al eens naartoe ga. Dan gaan we samen wandelen of bowlen ofzo. Of zoals G-Sport, dat is ook super goed.’

Horen, zien, voelen, druk ervaren

Tik, tik. Plots valt Nicolas stil. Hij kijkt rond met vragende blik.
Tik, tik. Nicolas vraagt: ‘Wat is dat?’
Een duim speelt met het dopje van een pen.
Nicolas lacht: ‘Ah! Ik dacht dat ’t een muis was…’

Goeie oren, die Nicolas. Mensen met autisme krijgen geluiden, geuren, beelden en gebeurtenissen drie keer sterker en ongefilterd binnen. Zien, proeven, voelen, horen: alle zintuigen staan op scherp. Nicolas: ‘Als iemand zijn stem verheft, komt dat bij ons al binnen als roepen. Terwijl het voor andere mensen gewoon luid praten is.’ Dat is lastig, en het heeft ook zijn goeie kanten. Nicolas vertelt dat hij goed in details kan denken. Dat hij dingen in de gaten heeft voor anderen het nog maar gezien hebben. Dat hij uit elke tekst meteen de schrijffouten kan opmerken. En dat een begintoon van eender welk liedje een immense databank aan muziekkennis in zijn hoofd activeert.

Die ongefilterde prikkels kunnen een fikse bron van stress zijn. Drukte is lastig voor mensen met autisme. Drukte en druk: tijdsdruk, prestatiedruk, leerdruk. Scholen en werkplekken zijn daarop niet aangepast. Nicolas: ‘Ja. Ik vind dat de samenleving iedereen de kans moet geven om erbij te horen.  Ik vind dat mensen op scholen en werkplekken niet zomaar mogen vertrekken van wat moet en wat zij denken dat juist is. Ze zouden eens vaker naar onze mening moeten vragen vind ik. Maar dat zie ik nog te weinig gebeuren.’

En dus is een bedrijf als TWERK een zegen. ‘Een geschenk uit de hemel’, zegt Nicolas. Wat hem betreft moet iedereen alles weten over TWERK. ‘En als anderen het niet doen, moeten we onszelf in de kijker werken.’

Op m’n achtste besloot ik al dat ik chocolatier wilde worden

Pralineliefhebbers, aandacht! Als je nog eens zo’n hemelse lekkernij degusteert, bedenk dan met hoeveel ambachtelijke aandacht dat zoete kleinood is vervaardigd. Chocolatier Gory Vervoort vertelt dat er minstens 10 handelingen aan te pas komen voor jouw praline in een doosje zit. ‘Veel mensen vinden pralines duur. Maar wie achter de schermen kijkt, verstaat waarom dat zo is. Niet alleen de ingrediënten kosten geld, maar al die handelingen vragen tijd en aandacht.’ Gory is trots op zijn vak, en blij dat hij dat bij TWERK mag uitoefenen. ‘Ik werk graag heel hard. Omdat ik het lastig heb met slapen, zorg ik ervoor dat ik ‘s avonds uitgeput ben. Dat mijn energie weg is. Zodat die denkmolen niet aan kan slaan als ik in bed kruip.’

Noem het gerust een roeping. Toen Gory acht was, wist hij al dat hij chocolatier wilde worden. Als kleine manneke liep hij veel rond in de bakkerij van zijn familie. Pudding maken, fruit op taartjes leggen: hij vond het heerlijk om te doen. Gory werd bakker en gooide er nog een specialisatiejaar crèmerie en chocolatier bovenop.

Maar Gory was anders dan de andere kinderen. Graag op zichzelf, hield niet van grote groepen. Concentratieproblemen op school. Was niet zo’n knuffelaar. Op school was hij een gemakkelijke prooi voor pesters. In het bijzonder lager onderwijs hield het pesten op, maar in het middelbaar kwam dat weer terug. ‘Ik heb daardoor een zwaar verleden gehad’, zegt Gory. ‘Ik zat in psychiatrische instellingen en kwam in een fout milieu terecht. Met drugs voelde ik de pijn niet meer. Ik kon er de pesterijen mee verdringen.’

Werken bij TWERK past prima. Hier kan ik ook oefenen om mijn emoties te herkennen en er positief mee om te gaan.

Dat hij autisme heeft, werd pas duidelijk toen hij 22 was. Hij woonde acht maanden in een centrum om te leren omgaan met zijn beperking. Gory: ‘Ik heb autisme en ADHD. Dat zijn niet de beste vrienden. Autisme zegt doe het rustig en ADHD zegt geef maar gas. Daar moet ik ergens een middenweg in zoeken. Hard werken helpt, want dat maakt me moe en dan slaap ik beter. En werken bij TWERK past prima, want hier kan ik ook oefenen om mijn emoties te herkennen en er positief mee om te gaan.’

De obstakels van autisme

Gory doet zijn uiterste best om zo normaal mogelijk te kunnen leven. ‘Maar wij, mensen met autisme, hebben gewoon veel meer obstakels om dat te doen lukken. Wij krijgen prikkels van buitenaf ongefilterd binnen. Onze hersenen kunnen die niet dempen. Ik geef een voorbeeld: Als jij nieuwe sokken hebt, dan voel je die de eerste vijf minuten spannen. Wij voelen dat de hele dag. Of geluiden zoals de ruis van een tv die uitstaat: die blijven wij gewoon horen. Onze hersenen kunnen niet filteren wat belangrijk is en wat niet. Dat maakt dat we overprikkeld raken. En dat zet de denkmolen aan de gang. Het ene triggert het andere. Dat leidt op den duur tot stress die niet meer stopt.’

Emoties herkennen is nog zo’n uitdaging. Leren begrijpen welke emotie in zijn lichaam speelt, en hoe daarmee om te gaan. ‘Het blijft nog altijd wel zoeken, elke dag, hoe ik met dit of dat probleem moet omgaan. Als iets mij irriteert, dan moet ik weggaan. Een veilige ruimte creëren voor mezelf en voor anderen. Want zo’n woedeaanval als ik soms heb, die wil je niet hebben. Als zo’n moment daar is, dan weet ik niets meer. Dan wordt alles zwart. Daarna ben ik totaal uitgeput en moet ik slapen.’

Het probleem met autisme is ook dat je niet luistert naar je lichaam, vertelt Gory nog. Hij kan hard werken en blijven doorgaan. Met rugpijn en al. Pas als het echt fysiek niet meer gaat, kan het niet meer anders dan ingrijpen. ‘Ik wil altijd andere mensen gelukkig maken. Daar is niets mis mee, behalve als dat te ver gaat. Dan verlies je jezelf.’

Aanpassen om geen pijn te moeten voelen

Jezelf verliezen, wat is dat dan, vraag ik. Gory: ‘Dat je je zo gaat aanpassen aan andere mensen waardoor je niet meer weet wie je bent. Je manipuleert jezelf dan zodanig om toch maar in het rijtje te passen. Je wil er gewoon bij horen. Ik ben gepest, uitgelachen. Dus eender wat je denkt te moeten doen, doe je toch maar, gewoon om erbij te horen.’

Bij TWERK vindt Gory de ruimte om daar een nieuwe weg in te vinden. Daar spreken anderen hem aan als hij te hard werkt en erover dreigt te gaan. Daar kan hij het gewoon zeggen als hij eens een slechte dag heeft. Ook de begeleiders doen dat. ‘Dus wordt het gewoon gezien als normaal als je eens een lastige dag hebt. Niemand wijst hier iemand anders met de vinger. Zo zou het eigenlijk overal moeten zijn. De mensen zouden dan gelukkiger zijn en beter presteren.’

Een ‘undercover’ chocolatier, gelukkig toch ontmaskerd

’t Is eigenlijk best wel grappig. Chocolatier Gory solliciteerde bij TWERK en werd ingedeeld in de poetsploeg. Niemand van de doorverwijzers had verteld dat hij het diploma op zak had. En de begeleiding had er niet naar gevraagd, omdat ze versterking zochten in de kuisploeg. Gory had er zelf niks van verteld, al hoopte hij wel op groeimogelijkheden. Op een dag kwam het dan toch terloops ter sprake. ‘Dat was een grote verrassing voor de begeleiding. Ik kon meteen halftijds beginnen bij de chocolade, en nu doe ik dat voltijds.’

Hij houdt van zijn werk. Het tempo mag hoog liggen. Er mogen meerdere taken tegelijk op zijn lijst staan. Hij kan ook wel eens iets nieuws uitproberen. ‘Ik denk nu bijvoorbeeld aan een witte praline met een roze vulling. Dat oogt heel mooi, en is eens iets heel anders dan een praliné vulling.’ Gory lacht en haalt zijn schouders op. ‘Ik vind het plezant. Het is een interesse. Sommige mensen sleutelen graag aan auto’s. Ik heb dat met chocolade.’

Erbij horen

‘Ik zou niets liever willen dan gewoon terug gaan werken’, zegt An Janssens, huishoudhulp bij ‘t Gerief. An is chronisch ziek. Een mysterieuze ziekte zonder naam tast haar zenuwen, spieren en hersenen aan. Werken kan al vijf jaar niet meer. Toch houdt An de verbinding met haar werkplek levendig. Ze verschijnt op werkoverleg, personeelsfeesten en het kerstfeest. Als ze jarig is brengt ze een doos pralines naar de bureau in Herentals. Ik was bijzonder welkom voor een babbel bij haar thuis. ‘De hoop om ooit weer terug te kunnen werken blijft. Maar de kans is heel klein’, zegt ze.

Een vrolijk hondje begroet me speels. De luie kat ligt onverstoorbaar op de zetel. Terwijl An een kop koffie voor me maakt, kijk ik vanuit de grote ramen naar de tuin. Vroeger werkte ze graag in de tuin, zegt ze. Dat kan nu niet meer. Zo begint ons gesprek over ziek zijn, dingen moeten loslaten en je tegelijk steeds meer verbonden voelen met dierbare mensen om je heen.

Kracht vinden in verbondenheid

Tot een jaar of vijf geleden ondersteunde An Janssens gezinnen in hun huishoudelijke taken. ‘Ik deed dat heel graag. Elk gezin was anders. Overal ontmoette ik warme mensen die apprecieerden wat ik deed.’ An spreekt langzaam. Ze moet zich tot het uiterste concentreren om haar gedachten te verzamelen. Praten vermoeit haar, zegt ze. Maar ze wil graag vertellen, precies omdat ’t Gerief haar zo dierbaar is.

“Het werk gaf mij kracht. Nu ik niet meer kan werken, haal ik kracht uit die sporadische ontmoetingen met collega’s.”

Het leven keert binnenstebuiten

‘Ik herinner me niet dat ik ooit een dag afwezig was op het werk’, mijmert ze. En toen, vijf jaar geleden, keerde haar leven zich binnenstebuiten. Ze vertelt me over een feestelijk moment waarop ze met haar gezin de mooie schoolresultaten van de kinderen vierde met een etentje buitenshuis. An: ‘Ik zie het nog voor me. Ik had een tasje koude soep besteld en kon dat plots niet meer vastpakken. Bij het hoofdgerecht beefde ik zo dat ik mijn bestek amper in bedwang kon houden.’ De dokters wisten geen raad met de symptomen. Geen enkele specialist kan precies benoemen aan welke ziekte ze lijdt. De mysterieuze ziekte tast progressief de zenuwen, spieren en hersenen aan.

Loslaten

De ziekte zonder naam vraagt het uiterste van An. Ze heeft haar geliefde korfbal en haar werk moeten opgeven. ‘’t Gerief was alles voor mij,’ zegt ze. ‘Een goeie werkgever, collega’s die altijd klaarstaan, fijne gezinnen om in te werken. Ik ben een specialist geworden in dingen loslaten. Zorgen voor mijn lijf is nu mijn fulltime job’, zegt An: wekelijks naar Edegem voor breinoefeningen, drie keer per week kinesitherapie, dagelijks bewegen en concentratieoefeningen. Een klein beetje huishoudelijk werk doen, lukt nog net. Een bed opdekken, een blokje lopen met de hond, de maaltijd voorbereiden: en dan is het kaarsje uit.

In februari 2019 kwam er heel slecht nieuws. De dokter vertelde dat hij openingen vastgesteld had in de hersenen, en dat de hersenschors dunner wordt. ‘Er is heel veel kans dat de hersenschors ooit helemaal weg zal zijn. Dan ga ik mijn geliefden niet meer herkennen’, zegt An. Het is ontzettend moeilijk om die onzekerheid over de toekomst te dragen. ‘Maar ik heb heel veel moed, omdat mijn man en kinderen achter mij staan.’

Kleine gebaren zijn grote steun

Haar man, dochters en zussen geven haar veel kracht, zegt ze. ‘Ik leef voor hen. Zij hebben de zorg voor het gezin grotendeels van mij overgenomen.’ Haar zussen springen bij, en sinds een jaar of twee heeft ze een tweede mama en papa, vertelt ze: een koppel uit de buurt dat dag en nacht klaarstaat als An hulp nodig heeft. Het zijn die kleine gebaren die An enorm ging waarderen. Haar dochter die elke week met haar gaat zwemmen. Eens met man Luc een hapje eten buitenshuis. Met een vriendin naar de markt gaan. Vrienden die op bezoek komen.

Elke twee weken gaat An met de kinderen van de school naar de bib. ‘Het gaat moeilijker en moeilijker, maar ik ben de school dankbaar dat ik het kan doen.’ De kinderen zijn altijd blij als An komt, en An zelf vindt het heerlijk om verhalen voor te lezen.

Erbij horen

En dan is er die band met ’t Gerief.  An neemt deel aan werkoverleg en feestelijke ontmoetingen alsof ze nog altijd gewoon werkt. Het houdt de hoop wakker. ‘Ze zijn me niet vergeten, en dat doet deugd. Maar ik vind wel dat dat van twee kanten moet komen. Ik heb daar dus ook iets in te doen. En dat doe ik graag, omdat ik de mensen van ’t Gerief zo apprecieer.’

“Nog kunnen deelnemen aan werkoverleg en feestje. De mensen van de bureau ontmoeten: dat laadt mijn energie op.”

Dat An haar collega’s nog geregeld ontmoet, is een geschenk. De momenten dat ze binnenspringt op de bureau in Herentals doen deugd. Dat iemand dan vraagt Hoe is’t?, en dan echt luistert. Uitkijken naar werkoverleg en feestjes op het werk, ‘dat laadt mijn energie op’, zegt An. Het geeft kracht om er van dag tot dag het beste van te maken. ‘Ik beteken nog veel voor ’t Gerief. Ik ben daar altijd welkom en ik ben daar zeker van’, zegt An. Dat is wat ‘erbij horen’ doet met een mens.

An vertelt me over mooie dagen die in het verschiet liggen. Dochter Karen trouwt in april. In mei trekt ze met Luc enkele dagen op vakantie. Uitkijken naar bijzondere momenten geeft energie om elke dag te nemen zoals die komt. Geraakt door haar verhaal neem ik afscheid. We kijken elkaar in de ogen. Onze aarzelende knuffel zegt meer dan honderd dankbare woorden.

In het kringwinkelmagazijn is een topteam aan het werk

‘Het is een klein wonder dat ik hier nog zit’, begint Kevin (31). Nog voor hij de leeftijd van tien jaar bereikte, kende Kevin het ziekenhuis evengoed als zijn eigen thuis. Als een kwetsbaar kasplantje werd hij beschermd tegen de gevaren van bos- of zeeklassen. Hij kon niet deelnemen aan sportwedstrijden van de school of zich uitleven in een speeltuin. Na de schoolbanken was werk vinden allesbehalve een fluitje van een cent. Tot hij in de Kringwinkel kon beginnen. Als trotse ambassadeur van ‘zijn’ magazijn, onthult hij de geheimen achter de tweedehandskleding die in de rekken hangt in de Kringwinkels van Geel, Herentals, Putte, Balen, Heist-op-den-Berg, Herselt, Kasterlee en Laakdal.

‘Ik was nooit goed genoeg’, zegt Kevin wanneer hij over zijn vorige werkplekken vertelt. ‘Ofwel was mijn werk wel goed, maar was er geen vaste plaats voor mij.’ Omwille van zijn medische geschiedenis heeft Kevin een vertraagde motoriek. ‘Werken gaat goed, maar tijdsdruk werkt niet voor mij. En ik sla tilt als ik vier dingen tegelijk moet doen. Dan begin ik fouten te maken.’ Hij moest het keer op keer weer horen: dat hij te traag werkte, dat hij in de war raakte als hij onder druk stond. ‘Als je overal en altijd opnieuw op je tekortkomingen wordt gewezen, dan zinkt de moed wel heel diep in je schoenen’, zegt Kevin. Tot vier jaar geleden iemand van GTB* belde, en vertelde dat hij mocht solliciteren in de Kringwinkel in Herentals.

Het was een donderdagnamiddag. Kevin weet het nog goed. Hij pakte de brommer, reed naar de Kringwinkel en mocht direct beginnen in de textielafdeling, met een vervangingscontract van drie maanden. ‘Ik kon niet blijven, maar ze zouden wel aan mij denken als er een vaste plaats vrij kwam.’

Van vervangingscontract toch naar vaste job

‘Ach, het zal wel, dacht ik toen. Ik had dat al zo dikwijls gehoord. Maar een paar maanden nadien kwam toch dat telefoontje. Mijn oog voor detail was opgevallen, zeiden de begeleiders. Ze vroegen of ik goesting had om in het hoofdmagazijn in Geel aan de slag te gaan. Kevin zei ja en neemt nu al drie jaar elke dag de trein van Herentals naar Geel. Nooit of te nimmer tegen zijn zin. Altijd nieuwsgierig om bij te leren. ‘Ons team is een echte vriendenploeg. En de sorteerlijn geeft ons die kans om regelmatig iets anders te doen. Ik kan intussen grof sorteren, fijn sorteren, kleding netjes opplooien en overal bijspringen als het nodig is.’

Het werk aan de textiel sorteerlijn

De textielploeg verwerkt twee ton textiel per dag. Uit die enorme hoeveelheid wordt eerst alle afval gehaald. ‘Je kunt niet geloven wat de mensen soms in die kledingzakken gooien. Kattenbakvulling? Afgekloven beenderen? Je kunt het niet zo zot bedenken, of wij zijn het al tegengekomen.’

“Ons team is een echte vriendenploeg. En de sorteerlijn maakt van ons ook professionals.”

Alleen pico bello propere en draagbare kleding, beddengoed en lederwaren komen uiteindelijk via de sorteerlijn – netjes gevouwen – in dozen voor de kringwinkels. Kevin vertelt met het vuur van een ingenieur die persoonlijk de sorteerlijn heeft ontworpen. Op een blad papier tekent hij de lopende band, de plooitafels, en de dozen waarin de kleding uiteindelijk terecht komt. Hij wil dat ik het begrijp. Dat ik goed zie wat een doordacht en prachtig werk dit is.

Professionals

De lopende band is nu twee jaar in bedrijf. De leiding heeft dat heel zorgvuldig gedaan, vindt Kevin. Lang voor de sorteerlijn er kwam, werd daar al over gepraat. Iedereen die vragen had, mocht die altijd stellen aan de leiding. Het team werd op het hart gedrukt dat het tempo haalbaar zou blijven. Stap voor stap vond iedereen zijn plekje aan de sorteerlijn. Iedereen kreeg tijd om eraan te wennen. Heel belangrijk, want anders zouden hij en zijn collega’s tilt slaan bij zo’n grote reorganisatie, denkt Kevin. ‘Onze sorteerlijn is een geweldig professioneel systeem. En dat maakt van ons ook professionals’, zegt hij.

Voelsprieten voor elkaar

En dan is er nog iets anders wat Kevin wil benadrukken: de sfeer in het magazijn. Die is dik in orde. De sorteerlijn werkt bijna geruisloos. Er kan gepraat en gelachen worden, terwijl het werk op tempo blijft. Collega’s kennen mekaar en zien al snel als er iets niet klopt bij een teamlid. ‘Als ik merk dat een collega ergens mee zit, en die wil erover praten, dan maak ik daar in de pauze altijd even tijd voor. Als ik kan helpen, doe ik dat. En roddelen: dat proberen wij buiten te houden, want dat lost niks op. Daardoor zijn wij een hechte groep.’

“Een topteam zijn wij. Alles mag je hier vragen. Met iedereen wordt hier rekening gehouden.”

Trots. Dat kan je zien aan een mens. Trots maakt ons sterk. Trotse mensen praten met passie over hun bijdrage in de wereld. Een fiere mens zit rechtop, en vertelt honderduit. Kevin is fier, en dat is aan hem te zien. Het centraal magazijn wordt gerund door een topteam, zegt hij. Een team waar je alles mag vragen, waar met iedereen rekening wordt gehouden. ‘Als het kan, lossen we het samen op.’

Wil je de sorteerlijn van De Kringwinkel Zuiderkempen zelf aan het werk zien: kijk hier.

*GTB is de dienst voor bemiddeling van mensen met een arbeidsbeperking of gezondheidsproblemen naar een gepaste job.

Op maandag zeg ik: joepie, weer aan het werk!

In 2020 zal Viviane vijfenzestig zijn. ‘In principe moet ik dan met pensioen’, zegt ze. In principe, benadrukt ze, want Viviane heeft andere plannen. ‘Als het wettelijk gezien mag, wil ik liefst van al blijven werken. Zo’n tien uur per week, misschien wat meer.’ Een opmerkelijke uitspraak in een tijd waarin veel vijfenvijftigplussers de jaren aftellen tot aan hun pensioen. Des te opmerkelijker is het, wanneer je weet dat Viviane huishoudhulp is. Ze is gemiddeld 34 uur per week aan de slag en doet huishoudelijke taken bij 14 verschillende gezinnen.

Haar lijf wil gelukkig nog mee. Aan het einde van de week voelt ze in haar rug wel dat ze hard gewerkt heeft. ‘Maar dan rust ik een beetje extra in het weekend, en dan kan ik er op maandag weer tegen.’ Vakantie is moeilijk, zegt Viviane. Liever af en toe een week er tussenuit dan drie weken aan een stuk. ‘Ik ben graag onder de mensen. Ik voel me niet zo goed als ik drie weken lang thuis zit.’

Elke ochtend vertrekt ze met de bus van Geel naar Veerle. Met haar fiets, die bij een klant thuis mag staan, trekt ze dan van het ene gezin naar het andere in Veerle en Eindhout. ‘Als ik ’s morgens de deur van mijn studio toetrek, dan weet ik: ik ga mensen zien en werk doen wat ik heel graag doe.’

Waardering zit in kleine menselijke gebaren

Onder de mensen zijn. Bezig zijn. Andere mensen kunnen helpen. Voor Viviane is dat de kern van haar job. Ze komt bij bejaarde mensen, alleenstaanden en gezinnen. ‘Dat betekent werken in een aangename sfeer, met fijne mensen.’ Ze voelt zich gewaardeerd, door de bureau en door de klanten. ‘Af en toe krijg ik eens een doosje pralines ofzo, en soms stuurt een klant een berichtje met een bedankje voor mijn werk. Daar word ik dan blij van.’

Alle klanten zijn lief en speciaal, zegt ze. En eentje steekt er een beetje bovenuit. ‘Zij geeft mij een bijzonder gevoel. Als er iets hapert bij mij, ziet ze dat direct. Dan moet ik het er gewoon maar uitgooien, zegt ze dan. Zij heeft mij doorheen een moeilijk moment in mijn leven geholpen. Ik heb mij toen kunnen herpakken en daar zal ik altijd dankbaar voor blijven.’

Als het moeilijk is, springt iemand bij

Daar gaat het eigenlijk toch over, over mekaar steunen en steun ervaren als je ’t even moeilijk hebt in het leven. Dat is niet iets voor buiten het werk alleen. Ook op de werkplek kunnen mensen veel voor mekaar betekenen, vindt Viviane. Ook de leidinggevenden van Ten Diensten maken tijd als het nodig is. ‘Dan maken we een afspraak en praten we een uurtje. En dan zie ik weer beter hoe ik het kan oplossen. En er staat een interventiecoach klaar voor ons. Als we bij een klant een probleem ervaren, kunnen we bellen en helpen zij het mee oplossen. Voor moeilijke dingen staan wij er echt niet alleen voor.’

“Vroeger durfde ik amper voor mezelf opkomen. Nu kan ik wel op mijn strepen staan. Dat heeft mij heel sterk gemaakt.”

Als kan ze die ‘moeilijke dingen’ bij klanten nu veel beter aan dan vroeger, vertelt Viviane. ‘Vroeger durfde ik amper voor mezelf opkomen. Nu trek ik wel duidelijker de lijn en kan ik al eens neen zeggen. De coach zegt dat ik op mijn strepen moet staan. Werken bij Ten Diensten heeft mij heel sterk gemaakt.’

Blijven werken na pensioenleeftijd

Het werk is fijn om te doen. De klanten zijn pareltjes van mensen. Het bedrijf is een zorgzame werkplek. Dus dat pensioen komt eerlijk gezegd te vroeg. Viviane is bang dat ze in een zwart gat zal vallen. ‘Ik wil nog geen afscheid nemen van mijn klanten. Ik doe mijn werk nog altijd graag. Ik wil bezig zijn.’ En dan is volledig met pensioen gaan te bruusk. Viviane hoopt nog zeker een tiental uren te kunnen werken.  ‘Want dan kom ik buiten. Dan heb ik iets omhanden. Dan gaan de dagen vlugger voorbij. Een mens kan toch niet hele dagen thuis zitten of rondlopen in de stad.’

“Ik wil nog geen afscheid nemen van mijn klanten. Ik doe mijn werk nog altijd graag. Ik wil bezig zijn.”

De kinderen en kleinkinderen moeten soms lachen met haar, vertelt Viviane. ‘Dan zeggen ze: oma, als jij er niet meer bent, dan moet de stofdoek mee in de kist.’ Altijd bezig. Ze kan niet zonder. Het is te fijn.

We staan allemaal op elkaars schouders

Met een brede glimlach vertelt Heidi Verlinden me dat ze teamleider is in de kringwinkel van Putte. Ze doet ’s morgens de winkel open en doet die ’s avonds weer dicht. Ze organiseert de winkel en het werk van een klein team van drie medewerkers. Heidi heeft een huis, een auto, een caravannetje in Frankrijk. ‘Ik ben fier op wat ik bereikte. En daarom werk ik zo graag.’ Ik vroeg haar wat ze zou doen als ze ergens een standbeeld zou mogen zetten. ‘Dan zou ik een grote boom planten op de Werft in Geel, waar ik twintig jaar geleden bij De Kringwinkel mocht starten.  Een sterke eik zou het zijn, want die wordt heel oud. En die boom zou diepe wortels hebben daar, net zoals ik.’

Toen Heidi aan de slag ging bij De Kringwinkel belandde ze op een avontuurlijke koers van leren, voor zichzelf durven opkomen en grenzen verleggen. En – belangrijker dan wat ook – ze ontwikkelde een positieve kijk op het leven. ‘Vroeger zou ik vooral gezegd hebben dat ik altijd maar weer tegenslag had. Nu bekijk ik de boel vanuit wat er wél goed gaat’, zegt Heidi. Het effect daarvan? ‘Je voelt je gewoon beter dan, en het gaat vooruit in het leven.’

“Als je positief kijkt naar het leven, dan gaat het makkelijker. Dan gaat het vooruit.”

Heidi staat op de schouders van collega’s die in haar geloofden vanaf die eerste dag dat ze in Geel van start ging. Ze denkt in het bijzonder aan Hade, die haar lang geleden aan boord tilde. In dezelfde adem noemt ze Maarten, die haar capaciteiten zag en haar kansen gaf om door te groeien.

Leren schrijven

‘Veel opleiding had ik niet gehad. Het getuigschrift van Gezinsnijverheidstechnieken in het bijzonder onderwijs stelde op zich niet zo veel voor. Ik kon niet goed schrijven toen ik in de Kringwinkel begon. Ik twijfelde enorm aan mezelf. Bij de kringwinkel kreeg ik de kans om basiseducatie te volgen. Ik leerde schrijven en kon dat op mijn werk blijven oefenen. Ik deed heel verschillende dingen in de kringwinkel. Zo ben ik lang chauffeur geweest. Ik legde spontaan het werk uit aan nieuwelingen. En ondanks dat ik voortdurend twijfelde aan mezelf, zag stafmedewerker Maarten wel wat ik deed en wat ik kon.’

“Ik twijfelde altijd aan mezelf. Het is pas doordat andere mensen me vertelden wat ze in mij zagen, dat ik van die twijfel een beetje kon loskomen.”

Kom eens naar de bureau

Drie jaar geleden, toen ze haar laatste Kerstbeurs in de winkel in Geel had opgezet, moest ze naar de bureau gaan. Met een hart vol twijfel ging Heidi naar boven. In het gesprek dat daarop volgde, verraste Maarten haar met de vraag of ze teamleider wilde worden. ‘Jij verdient dat’, had hij gezegd. En ook : ‘Je gaat dat goed doen. We gaan je helpen.’ Een rollercoaster van emoties volgde. Eerst was er de ontroering, omdat mensen in haar geloofden. Dan de twijfel – alweer. En dan de angst voor wat komen ging. ‘Ik moest een lange stage doen in Herentals. Ik heb gehuid, gehuild omdat ik in Geel moest weggaan. Ik voelde al mijn vertrouwde houvast wegglijden.’

Confrontatie met oud zeer

In de grote kringwinkel in Herentals moest Heidi 35 nieuwe mensen leren kennen. En kwam ze oud zeer tegen. Eén van haar werkbegeleiders raakte haar af en toe gemoedelijk aan. Voor Heidi was dat een keiharde confrontatie met herinneringen aan misbruik in haar prille jeugd. Het leek alsof haar leven bij de kringwinkel op z’n grondvesten daverde. Gesteund door collega’s raapte Heidi haar moed bijeen en vertelde haar werkbegeleider waarmee ze moeite had. ‘En hij accepteerde dat en hield vanaf dat ogenblik een respectvolle afstand. In feite was dat een cadeau. Ik kon nu ook zien waar mijn persoonlijke grenzen liggen en leerde mijn behoeften niet langer weg te cijferen.’

We staan allemaal op elkaars schouders

Op wiens schouders sta jij, lezer? Neen, echt: als je nadenkt over je leven en je werk, over wat je bereikt hebt en waar je trots op bent, vraag je dan eens af welke mensen op die weg belangrijk voor je waren. Zoals Heidi deed. Dan stel je vast dat het de steun van anderen is die jouw weg mee maakt. En dat je die steun ook kunt zijn voor anderen.  Zoals Heidi: ‘Ik leerde dat het geen schande is dat je misbruikt bent geweest. Het is mij overkomen, maar ik hoef daar niet geheimzinnig over te doen. Het is zelfs beter om daar gewoon voor uit te komen. Dan kan je ook een steun zijn voor andere mensen die een gelijkaardige pijn meedragen.’

Awel, dan smelt je

Hij had op korte tijd twee collega’s in zijn team moeten laten gaan. Het had er nochtans een tijdje goed uitgezien. Eén van hen had z’n leven terug op de rails gekregen, en dan ineens, van de ene dag op de andere verzeilde die opnieuw in de drugs. Werfleider Denis had er hemel en aarde voor verzet, vertelt hij. Hij had er zwaar van afgezien. ‘Je neemt dat mee, je trekt je dat enorm aan’, zegt hij. Denis begon te twijfelen aan alles. Met op kop: twijfelen aan zichzelf. Het was een moeilijke tijd, die zomer van 2018. En dan, op een schone dag, werd Denis naar de bureau geroepen. Dan gaat er van alles door je heen …

… Met lood in de schoenen loopt Denis naar ‘den bureau’. Hij werd er opgewacht door directeur Kris. Die lachte en wees naar de tafel. Daar stond een geschenk! Met een kaart erbij, waarop stond geschreven dat Denis die moeilijke dingen goed had gedaan. Dat hij zich niet mocht laten gaan. Getekend: alle collega’s van Boskat.

“Die gasten hebben allemaal hun eigen problemen. Dan is het toch fantastisch dat die gezien hebben hoe half lamgeslagen ik erbij liep.”

‘Awel, dan smelt je toch’, zegt Denis. ‘Hoe zot is dat dan! Die gasten hebben zelf allemaal hun persoonlijke problemen. Dan is het toch fantastisch dat die gezien hebben dat ik er zo wat half lamgeslagen bijliep. Ik was daar zo van aangedaan dat de tranen in mijn ogen stonden.’ Denis is direct naar de werf gereden om iedereen een super merci te gaan zeggen. ‘En de volgende ochtend heb ik iedereen bijeen gepakt en nog eens extra bedankt.’

Niks onder tafel steken

Het pijnlijkste was dat Denis’ persoonlijke geschiedenis door een van die ontslagen jongens misbruikt werd. Dat blies ‘m toen van z’n sokken. Twintig jaar geleden zat Denis zelf in het drugsmilieu.  ‘Ik vertel dat gewoon. Dat hoort bij mijn leven. Dat is mijn zwakke plek en die wil ik gerust mee op tafel leggen. Daardoor kan mijn leven ook een beetje een voorbeeld zijn voor mijn mannen.’

“Scheelt er iets? ’t Is een kleine vraag die een groot verschil maakt. Want als je weet wat er hapert, kan je daar iets mee.”

‘Ge moet goed zien’, zegt Denis. Zien hoe het met iedereen is. ‘Ik voel dat direct aan, als er iets scheef zit met mijn mannen.’ En als er iemand van de ploeg er een beetje verweesd bijloopt, dan zal Denis daar direct iets mee doen. ‘Scheelt er iets?’: ’t is een kleine vraag, die een groot verschil maakt, meent Denis. Want als je weet wat er hapert, kan je daar iets mee doen. ‘Dat is voor mij de belangrijkste kwaliteit van een werfleider in een sociale werkplaats. ‘Ik vind dat maar normaal eigenlijk. Want als je niet gelukkig op de werf staat, dan kan je ook geen goed werk afleveren.’

Bijspringen

‘Daarom zijn onze mannen bij Boskat, hé: omdat ze hun leven een beetje op orde aan het krijgen zijn. En ik vind dat wij dat een stukske mee kunnen ondersteunen. Een beetje aan hun kant gaan staan, want er zijn er in de maatschappij genoeg die van de zwakte van hen durven profiteren.’ Eens mee helpen verhuizen, de huisbaas bellen om een verwarming te doen herstellen, een administratieve knoop helpen losmaken: ‘Waarom zou ik dat niet doen? We ruimen dat uit de weg, en dan gaat het beter op het werk en in hun leven. Ik probeer verder dan ver te gaan voor mijn mannen’, zegt Denis.

Gezien!

Maar hij blijft de baas. ‘Er moet wel gewerkt worden. En fatsoenlijk! Als daar iets mankeert, ben ik de eerste die zal roepen: Stop! Zie nu toch eens wat hier gebeurt. Bij mij moet niemand zich wegsteken of de kantjes er vanaf lopen.’  De mannen accepteren dat. ‘Ze weten vanwaar ik kom. Dat ge, zoals ik, uit de shit kunt geraken. Dat probeer ik mee te geven aan mijn team.’ En dat is blijkbaar wat ze gezien hebben, die werkmannen. Die woorden van aanmoediging op de kaart, daar op ‘den bureau’, zeiden alles wat nodig was.

Dit heb IK gemaakt!

Kom, ik neem je mee naar een proeverij. Een chocoladeproeverij. Neem plaats aan tafel, kom thuis in het gezelschap van twintig bijzondere mensen. Rond jou voel je de opgewonden nieuwsgierigheid van de gedreven chocolatiers van TWERK, een zoet chocolade-atelier in Herentals.  Ze wijden hun dagtaak aan het maken en verpakken van de mooiste en heerlijkste pralines en chocoladefiguren. En ze hebben autisme. Vandaag hingen ze hun schorten aan de kapstok, want er wordt geproefd, gekeurd en gestemd. Veertig nieuwe proefpralines staan op tafel. Voor elke proever ligt een scoreblad. De ambachtsmannen- en vrouwen degusteren bedachtzaam. Hans, die in het atelier doorgaans vrij onopvallend aanwezig is, recht zijn rug. Hij maakte ze immers, die proefpralines. Als een rasechte Sergio Herman keurt hij, geeft commentaar. Anneleen ziet een glans op zijn gezicht. Verrassende nieuwe smaken worden gekeurd en gescoord. De keuzes worden gemaakt. Een nieuw gamma wordt geboren. En Hans? Die ging naar huis met een brein vol ideeën en kwam een dag later met een extra prototype opzetten.

‘Hans is een senior medewerker in ons atelier’, vertelt Anneleen. Ze herinnert zich de dagen waarop hij met kookboeken onder de arm op het werk aankwam. De man bruiste van de ideeën die in het atelier konden worden uitgeprobeerd. Toen hij serieus met zijn gezondheid begon te sukkelen, ging zijn aandacht voor een langere tijd een andere kant op. Tot die dag, toen er ineens opnieuw een voorstel kwam voor een pralinevulling. Zijn creatie werd enthousiast onthaald. TWERK neemt ze op in haar gamma. De vormen zijn besteld. Het is aftellen nu, in spanning, om aan de productie te kunnen beginnen.

“Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat onze chocolatiers en inpakkers ervaren dat hun creaties van ons samen zijn.”

‘We kijken uit naar dat ogenblik’, zegt Anneleen. Als de bestelde vormpjes geleverd zijn, kan Hans nadenken over het perfecte vormpje voor zijn creatie. En dan krijgt het snoepje van Hans een unieke naam. ‘Ik ben benieuwd naar de namen die Hans daarvoor zelf in gedachten heeft.’

Wij creëren dat hier samen

‘Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat onze chocolatiers en inpakkers ervaren dat hun creaties van ons samen zijn’, zegt Anneleen. ‘Ik vertel vaak het verhaal van één van onze medewerkers, een jonge vrouw, die me op een dag gloeiend van trots een ontwerptekening van een doos toonde. Dit heb ik gemaakt, glunderde ze me toe. Ze had één bloemetje van het ontwerp ingekleurd, en dat was perfect. Perfect voor haar, perfect voor mij. Op dat moment werd het me zo duidelijk: het is ontzettend belangrijk dat wat wij maken van ‘ons’ is, van ons samen.’

Het effect op de medewerkers?

Anneleen ziet enthousiasme bij haar collega’s: trots en blijdschap dat hun inbreng gevraagd en gewaardeerd wordt. ‘Hier wil ik meer van. De stappen die we nu hebben gezet, mogen wat mij betreft de aanmoediging zijn om nog meer verbindingen te leggen tussen de identiteit van onze medewerkers en die van onze producten. Die pralines, die moeten van ons allemaal zijn!’ Ja, zegt ze nog: dat is een werk van dagelijkse aandacht, van geduld en vertrouwen. Precies dat is wat begeleiders in de sociale economie drijft: stap na stap bijdragen aan een team van medewerkers waarin iedereen zich gezien, gewaardeerd en gesteund voelt.

“Elke medewerker heeft het recht om te ervaren dat hij of zij sterk genoeg is. Om in zijn waarde gezien te worden.”

Elke medewerker heeft het recht om te ervaren dat hij sterk genoeg is, op welke manier dan ook. Om  in zijn waarde gezien en gelaten te worden. Om op het werk veel momenten te mogen beleven waar hij of zij zich gewaardeerd voelt en daar blij van wordt. Dat moet de essentie zijn van werken in de sociale economie, vindt Anneleen. En die essentie komt tot uitdrukking in zorgvuldige aandacht en kleine keuzes die een groot verschil maken.

Zelfvertrouwen, springplank naar duurzaam werk

‘Als we onze gasten zelfstandigheid en zelfvertrouwen kunnen bijbrengen, dan ben ik een blij mens. Daar doen we het voor.’ Griet Engelen, werkbegeleider bij het team Klus en Verhuis noemt twee basics in één adem. Het begint bij zelfvertrouwen. Want de medewerkers in haar team hebben meestal al een heleboel tegenslagen en teleurstellingen achter de rug. Ze hebben al te vaak gehoord dat ze niet goed genoeg zijn. Dat ze te weinig kunnen, dat ze te traag werken. Bij het team Klus en Verhuis krijgen de teamleden de kans om rustig te groeien. Ze worden daarin gesteund door werkbegeleiders Raf, Karel en Griet. Die groei is ook nodig, want na vijf jaar moeten de werknemers doorstromen naar het reguliere arbeidscircuit.

Griet vertelt over een van de collega’s die in 2016 bij haar team begon. Er was afgesproken dat hij zijn rijbewijs zou halen. Griet: ‘En toch, dat ging in eerste instantie niet echt vooruit. Eerst vraag je dat vriendelijk. En dan voer je de druk een beetje meer op.’ Griet reed zelfs mee naar het examencentrum, maar het wilde niet meteen lukken.

“En dan komt die collega op een schone dag het bureau binnen. Geslaagd. Ja, dan staan de tranen in je ogen!”

En dan op een keer, komt hij ‘s morgens binnen op het kantoor. Griet ziet meteen dat er iets is dat hij wil vertellen. ‘Ik moet je iets laten zien’, zei hij ietwat raadselachtig. Dan haalde hij fier het papier boven van het examencentrum. Geslaagd! Griet: ‘Eerlijk gezegd, dan staan de tranen in mijn ogen. Nog voor negen uur die ochtend had hij ineens zijn examen wel gedaan. Met resultaat. Daar word ik dan heel blij van!’

Menselijkheid en geduld: het werkt

Griet vertelt ook over een ander teamlid. Toen hij bij het team Klus en Verhuis begon, was al snel duidelijk dat de jongen weinig ervaring had. ‘Het bleef lange tijd voor hem een stevige uitdaging om zijn plek in het werk en het team te vinden.’ Maar Griet zag er wel iets in. Ze begon geduldig met hem samen te werken. ‘Vergis je niet. Het ging allemaal langzaam vooruit. Maar er zat wel groei in, en dat was genoeg voor mij.’

De man in kwestie kon nogal verstrooid zijn. Soms leek hij maar amper te horen wat er wordt gezegd. Een werkbon interpreteren was niet simpel, en dan stond hij soms met het verkeerde materiaal op de werf. Aan het einde van een werkdag moest Griet hem geregeld helpen om al zijn gerief te verzamelen en weer mee te pakken. ‘Heb je je jas? Je gritsel?’ Griet: ‘Maar hij wilde leren en het ging vooruit. In zijn eigen tempo.’

“Eindelijk, dacht ik. We zijn er. Dan is tien kansen geven ineens geen probleem meer. Want de elfde keer lukt het dan wel.”

Onlangs was Griet met het team in een tuin aan het werken. Toen ze aan het einde van de werkdag  riep dat ze gingen stoppen zei die collega: ‘Jamaar, wacht even! Hier zijn we nog iets vergeten, en dit moeten we nog snel even afwerken.’  Dat moment, het was magisch. Griet lacht wanneer ze eraan terugdenkt. ‘Ja, toen dacht ik: Yes, we zijn er! En dan zie je dat het werkt. Dat het niet erg is van tien keer iets te moeten zeggen. Dat het de elfde keer ineens wél lukt. Regelmatig zegt er iemand dat we hen goed opgeleerd hebben. En daar doe ik het voor.’

Werk op orde, toekomst op orde

De mannen in het team van Griet, Raf en Karel leren hun werk organiseren.  Griet: ‘Als ze in een tuin aankomen, moeten ze eerst goed kijken hoe het daar zit en wat ze moeten doen. En dan moeten ze nadenken over hoe ze hun opdracht kunnen afwerken binnen de uren.’ Overzicht krijgen dus. Zien wat er te doen valt. En een beetje plannen. Het komt de medewerkers van pas wanneer ze na vijf jaar een volgende stap in hun carrière zetten. ‘En vanzelfsprekend helpt die vaardigheid om vooruit te kijken en te plannen om ook hun leven thuis een beetje op orde te krijgen’, besluit Griet.

Hier mag het leven mee op de werkvloer.

Als we op onze werkplek arriveren om ons werk te doen, hangen we ons mens zijn niet aan de kapstok. Mensen aan het werk blijven mensen. En – ook al lijken we dat te vergeten in onze super individualistische eeuw – mensen worden mens in relatie met elkaar en hun leefwereld. Bij Groep Talent hoeven medewerkers hun mens-zijn niet achter te laten aan de ingang. Zorgen en verdriet over familieleden of gezondheid, twijfels en angsten over staande blijven in een complexe samenleving: die houden immers niet op als we thuis de deur achter ons dichttrekken. Ruimte durven maken voor de moeilijke dingen maakt deel uit van een waarderende bedrijfscultuur. We spreken erover met Anneke Bauweraerts, Strijkcoach bij ‘t Gerief.

Anneke is alleenstaande moeder van drie opgroeiende kinderen. Soms is het een uitdaging, om op je eentje een gezin van speciallekes te runnen. Af en toe loopt er al eens een wiel af. En dat kan zomaar gebeuren op een ogenblik dat je op je werk bent, druk bezig met doen wat je te doen hebt. Op een dag was het voor Anneke zo’n dag. ‘Ik zat aan mijn computer te werken, toen een erg verontrustend telefoontje binnenkwam’, vertelt ze. Voor Anneke stopte de wereld een paar ogenblikken met draaien. De collega’s pakten even haar werk over. Anderen maakten tijd om te luisteren en hielpen nadenken. Anneke kreeg ruimte om een paar noodzakelijke telefoontjes te doen. ‘Toen heb ik ervaren dat het niet alleen het werk is dat telt bij ’t Gerief. Dat het oké is om even je werk opzij te leggen wanneer de moeilijke en dringende dingen van het leven tot voorbij de drempel van de werkplek binnendringen.’

Wat je krijgt, geef je door…

Bij haar team van strijksters is dat niet anders. Afgelopen zomer overleed de schoonvader van een van de strijksters. Haar verlofdagen waren op, en toch: door verdriet overmand blijven werken was amper een optie. Ze moest bij haar familie zijn. ‘Eén dag afwezigheid werd uiteindelijk twee weken’, zegt Anneke. ‘Zo willen we dat doen. We willen dat onze dames ruimte ervaren waarin ze de balans kunnen vinden tussen wat op het werk nodig is en wat thuis aan de orde is.’

“Een directeur wiens deur openstaat: daar begint een menselijke bedrijfscultuur.”

Annekes persoonlijke ervaring – toen haar eigen gezin in een plotse crisissituatie belandde – sterkt haar in die aanpak.  ‘Wat ik heb ervaren, kan ik ook doorgeven. De deur van het bureau van onze directeur staat altijd open. Neem dat gerust letterlijk. Dat lijkt een klein gebaar, maar aan die deur begint een cascade van menswaardige gebaren die wij net daardoor op de werkvloer kunnen doortrekken. Als hij ruimte maakt, is dat een signaal dat we dat zelf voor onze mensen ook kunnen waarmaken.’

… En ook: wat je krijgt, geeft je terug.

Het wemelt van gelijkaardige verhalen in de strijkateliers van ’t Gerief. Waar mensen werken, komen zorgen mee binnen. Anneke vertelt over een medewerkster met een psychische kwetsbaarheid. Dat vraagt ruimte en voortdurend zoeken naar balans. Net als voor een strijkster die leeft met mucoviscidose en elk jaar op kuur moet. Of alleenstaande moeders, die naast hun werk een gezin op hun eentje rechthouden. Ook voor hen: ruimte om alle ballen in de lucht te houden.

En neen, dat is geen eenzijdig geven van werkgeverskant. Je geeft ruimte. Je krijgt een bijzonder cadeau terug. Het geschenk van collegialiteit. Want iedereen die mag ervaren dat anderen inspringen als het nodig is, doet precies hetzelfde als het voor een ander nodig is. Dat maakt het werk prima te organiseren, zonder als leidinggevende voortdurend met regels en afspraken te moeten zwaaien.

“Er wordt amper geprofiteerd van die openheid. En als dat toch dreigt te gebeuren, stap ik met evenveel gemak weer even in de rol van baas.”

Anneke: ‘Of daarvan geprofiteerd wordt? Amper, moet ik zeggen. En als dat toch dreigt binnen te sluipen, dan stap ik zonder problemen weer even in mijn baas-rol en herinner ik mensen aan de afspraken. Zodat de boel vlotjes en eerlijk blijft verlopen.’ De sfeer in de ploeg spreekt voor zich. De resultaten zijn wat ze moeten zijn. De strijk wordt gedaan. Het contact met de klanten zit snor. Omdat in de strijkateliers mensen werken, met mensen en voor mensen.

Gemiste kansen inhalen: hier mag het wel!

‘Medewerkers die vroeger niet de kansen hadden om te leren en hun loopbaan te bepalen, moeten dat later wél nog kunnen doen. Dat vind ik ontzettend belangrijk.’ Voor Crista Maes, eindverantwoordelijke van Ten Diensten spreekt het vanzelf dat ze de openheid creëert waarin medewerkers kunnen twijfelen over hun werk en durven zoeken naar opleiding of werk dat beter aansluit bij hun dromen. ‘Als mensen willen groeien, dan ga je daar toch niet moeilijk over doen,’ zegt ze, ‘dan ga je dat steunen. Luisteren, vragen stellen, mee denken, advies geven.’ Het is een gedurfde uitspraak vanuit een bedrijf dat diensten in huishoudelijke hulp organiseert. Want op dit deel van de arbeidsmarkt heerst krapte, en dat kost werkgevers flink wat kopzorgen.

‘Poetsen is een zwaar beroep. Neem dat gerust van mij aan. Ik kan dus goed begrijpen dat niet elke huishoudhulp dit werk een leven lang volhoudt. Als dat aan de orde is,  vind ik dat we kansen moeten geven om stappen te zetten naar een professionele toekomst die hen op termijn beter ligt. Ik vind het belangrijk dat mensen de kans krijgen om werk te vinden waar ze voor 100% goesting in hebben.’ Crista stelt het sterk: ze ziet deze open en flexibele houding expliciet als taak van een werkgever in de sociale economie.

‘Ik mag zeggen dat ik ooit iets anders wil, en toch nu hier blijven werken…’

Crista vertelt over Jolien, een jonge vrouw die opleidingskansen miste tijdens haar jeugd. Jolien voelt  het kriebelen om weer te studeren. Ze behaalde alsnog haar diploma middelbaar onderwijs en droomt er nu van om in een opleiding tot medisch administratief bediende te stappen. Crista: ‘Natuurlijk zeggen we dan: ga ervoor Jolien!’ Haar leidinggevende dacht met haar mee: Hoe combineert Jolien studeren met de zorg voor haar baby? Hoe houdt ze in tussentijd financieel het hoofd boven water? Hoe kan Ten Diensten met Jolien samenwerken om die carrièredroom mogelijk te maken? Het draaide erop uit dat Jolien dit besliste: ze zal studeren en tijdelijk aan het werk blijven bij Ten Diensten. Ze maakt de keuze om haar kindje te laten opvangen, zodat mama kan groeien en aan de toekomst kan bouwen.

Als je de deur openhoudt,…

Jolien, een prima huishoudhulp, zal op termijn misschien het bedrijf verlaten. Creëert deze manier van werken dan een zekere drainage van medewerkers? Crista: ‘Ik denk dat net die openheid als een positieve kracht bij ons terugkomt. Onze medewerkers vertellen in hun omgeving over de kansen die ze krijgen. Dat schept vertrouwen bij de mensen. Ik hoop – en denk – dat we net hierdoor een duurzame stroom van nieuwe medewerkers zien bij Ten Diensten.’

“Onze missie zegt: creëer duurzaam werk dicht bij huis.
Er staat niet: maak zoveel mogelijk winst.”

De verantwoordelijke van het dienstenchequebedrijf hanteert de missie als ankerpunt, vertelt ze. ‘Wij zijn opgericht om mensen kansen te bieden op duurzame tewerkstelling. In de missie staat niet dat we veel winst moeten maken. We moeten rendabel zijn, ja, maar binnen die voorwaarde zal de focus altijd zijn: zoveel mogelijk mensen werk bieden. Bij ons, of ergens anders.’ In dat opzicht is elke carrièrestap van een huishoudhulp een realisatie van die missie.

Een typerende manier om naar relaties te kijken

Het gaat om gelijkwaardigheid: relaties tussen werkgever en werknemer waarin respect wederzijds stroomt. Dat op de werkvloer kan gezegd worden wat medewerkers bezig houdt. Dat ze hun twijfels en dromen over hun loopbaan kunnen vertellen. Die behoeften leven sowieso, denkt Crista, je kan die dan maar beter bespreekbaar maken.

“We proberen gelijkwaardige relaties te bouwen bij Ten Diensten. Ja, dat is een alternatief verhaal in de bedrijfswereld.”

‘Sommige medewerkers willen toch groeien. Als je daar geen openheid voor maakt, dan word je daar hoe dan ook op een later moment mee geconfronteerd. Als iemand ultimo komt zeggen dat ze een andere job heeft, komt dat als een verrassing, en dan zitten we met een slordig einde. Een sfeer waarin de dingen wel bespreekbaar zijn, zorgt ervoor dat onze coaches kunnen anticiperen op wat komt. Dan kunnen ze de best mogelijke match tussen gezinnen en huishoudhulpen plannen. Als het afscheid dan toch komt, kan dat op een leuke manier. Voor ons, en voor onze klanten.’

 

Gij zijt te belangrijk

‘Werner, Ik wil absoluut dat je me binnenlaat en dat we kunnen bespreken wat er aan de hand is.’ Paul Goossens, personeelsverantwoordelijke bij Boskat staat aan Werners voordeur, want ze hadden hem al een  tijd niet meer gezien op het werk. Werner verwittigde niet, pakte zijn telefoon niet op. Paul werd ongerust. Contact maken blijkt niet eenvoudig, Werner wil liefst niemand zien en de voordeur dichtlaten… maar dat is nu net het probleem.
‘Werner, ik weet dat je wil dat ik wegga, maar dat doet er niet toe, eerst spreken we mekaar. Ik reken erop dat je me binnen laat.’ Na veel aarzelen en aandringen zitten Werner en Paul dan toch samen in de woonkamer. Veel wordt er niet gezegd. Tenzij iets in de zin van:  ‘Werner, we beginnen er terug aan, ik reken op jou.  De collega’s verwachten je en ik mag niet zonder jou terugkomen.  Jij bent te belangrijk voor ons. Binnen een half uur zijn we weg, maak je klaar.’

 

Deze ontmoeting loopt niet via plan of procedure. Paul blikt terug: ‘Misschien is het niet slim om als personeelsverantwoordelijke zomaar naar een werknemer thuis te rijden en mij daar als het ware  op te dringen. En aan de andere kant: een actie als deze heeft meer te maken met verbondenheid en mekaar belangrijk vinden dan met het strikt toepassen van het arbeidsreglement.’

Regels, procedures en menselijkheid

Regels en procedures zijn voor leidinggevenden een houvast. In het geval van Werner zou dat betekenen dat hij een schorsing had moeten krijgen. Paul: ‘Een straf als het ware, een die pijn doet maar ook voelt als een afwijzing. Als ik in deze situatie zou denken vanuit de regels, dan zou de cirkel enerzijds correct rond gemaakt worden, of – en dat zag ik als een reëel risico – dan zou de cirkel breken.

“Een actie als deze heeft meer te maken met mekaar belangrijk vinden dan met het strikt toepassen van regels. Om de cirkel niet te doen breken.”

De collega’s waren blij dat Werner terug was en hebben dat ook laten voelen. ‘Vanuit het beleid hebben we stil gestaan bij de vraag hoe we in de toekomst kunnen vermijden dat een medewerker op een moeilijk moment plots wegblijft. En vooral: we hebben Werner bedankt omdat hij terug aan boord kwam en de deur voor ons en vooral voor hemzelf opende.’

 Het spanningsveld tussen regels en eerlijkheid

Paul: ‘Onze arbeiders houden zich niet bezig met vergelijken, met klagen dat iemand dit krijgt en een ander dat. Zij weten dat we in Boskat iedereen proberen te geven wat hij of zij nodig heeft.
We volgen hier de regels van de natuur waar ook iedereen krijgt wat nodig is. Wie wat nodig heeft is vaak erg verschillend maar net dat leidt ook tot schoonheid en diversiteit in de natuur.

“We volgen hier de regels van de natuur. Waarin iedereen krijgt wat hij nodig heeft. En dat is vaak verschillend.”

Helaas, hoe langer iemand naar school geweest is, hoe moeilijker het wordt om dat uit te leggen. Hoe slimmer mensen zijn, hoe meer ze vinden dat eerlijkheid moet omgezet worden in rechtvaardigheid. En met rechtvaardigheid bedoelen ze dan dat iedereen hetzelfde moet krijgen en identiek moet behandeld worden. Dan worden regels belangrijker dan mensen, en daar krijg ik koude rillingen van.’

En Werner? Hij is blijven verbazen

Werner is blijven groeien, maand na maand. Paul: ‘Op dit moment werkt hij vaak zonder begeleider, omdat hij bewezen heeft dat hij dat kan. Hij laat zien dat hij dat vertrouwen waard is, als mens en als professional. De vele diploma’s die bij Boskat behaalde, zijn daar getuigen van. Zijn belangrijkste getuigschrift zou kunnen zijn dat we op hem kunnen rekenen. En dat is net te moeilijk om op papier te zetten. Dat lezen we in mekaars ogen.’

Wie heeft er nu voor wie gezorgd, vragen we Paul. ‘Geen idee eigenlijk. Voor Werner heeft het veel betekend en deugd gedaan dat hij niet is afgerekend op fouten en vertrouwen kreeg. Voor de collega’s heeft het veel betekend en deugd gedaan dat Werner is blijven groeien en zijn leven in handen heeft genomen. Ach, als we terugkijken naar bepaalde momenten in het verleden, lijkt de balans geregeld uit evenwicht. Gelukkig is op die momenten niemand vloekend weggelopen. Nu is de balans perfect in evenwicht.  Althans op dit moment.’