Erbij horen

‘Ik zou niets liever willen dan gewoon terug gaan werken’, zegt An Janssens, huishoudhulp bij ‘t Gerief. An is chronisch ziek. Een mysterieuze ziekte zonder naam tast haar zenuwen, spieren en hersenen aan. Werken kan al vijf jaar niet meer. Toch houdt An de verbinding met haar werkplek levendig. Ze verschijnt op werkoverleg, personeelsfeesten en het kerstfeest. Als ze jarig is brengt ze een doos pralines naar de bureau in Herentals. Ik was bijzonder welkom voor een babbel bij haar thuis. ‘De hoop om ooit weer terug te kunnen werken blijft. Maar de kans is heel klein’, zegt ze.

Een vrolijk hondje begroet me speels. De luie kat ligt onverstoorbaar op de zetel. Terwijl An een kop koffie voor me maakt, kijk ik vanuit de grote ramen naar de tuin. Vroeger werkte ze graag in de tuin, zegt ze. Dat kan nu niet meer. Zo begint ons gesprek over ziek zijn, dingen moeten loslaten en je tegelijk steeds meer verbonden voelen met dierbare mensen om je heen.

Kracht vinden in verbondenheid

Tot een jaar of vijf geleden ondersteunde An Janssens gezinnen in hun huishoudelijke taken. ‘Ik deed dat heel graag. Elk gezin was anders. Overal ontmoette ik warme mensen die apprecieerden wat ik deed.’ An spreekt langzaam. Ze moet zich tot het uiterste concentreren om haar gedachten te verzamelen. Praten vermoeit haar, zegt ze. Maar ze wil graag vertellen, precies omdat ’t Gerief haar zo dierbaar is.

“Het werk gaf mij kracht. Nu ik niet meer kan werken, haal ik kracht uit die sporadische ontmoetingen met collega’s.”

Het leven keert binnenstebuiten

‘Ik herinner me niet dat ik ooit een dag afwezig was op het werk’, mijmert ze. En toen, vijf jaar geleden, keerde haar leven zich binnenstebuiten. Ze vertelt me over een feestelijk moment waarop ze met haar gezin de mooie schoolresultaten van de kinderen vierde met een etentje buitenshuis. An: ‘Ik zie het nog voor me. Ik had een tasje koude soep besteld en kon dat plots niet meer vastpakken. Bij het hoofdgerecht beefde ik zo dat ik mijn bestek amper in bedwang kon houden.’ De dokters wisten geen raad met de symptomen. Geen enkele specialist kan precies benoemen aan welke ziekte ze lijdt. De mysterieuze ziekte tast progressief de zenuwen, spieren en hersenen aan.

Loslaten

De ziekte zonder naam vraagt het uiterste van An. Ze heeft haar geliefde korfbal en haar werk moeten opgeven. ‘’t Gerief was alles voor mij,’ zegt ze. ‘Een goeie werkgever, collega’s die altijd klaarstaan, fijne gezinnen om in te werken. Ik ben een specialist geworden in dingen loslaten. Zorgen voor mijn lijf is nu mijn fulltime job’, zegt An: wekelijks naar Edegem voor breinoefeningen, drie keer per week kinesitherapie, dagelijks bewegen en concentratieoefeningen. Een klein beetje huishoudelijk werk doen, lukt nog net. Een bed opdekken, een blokje lopen met de hond, de maaltijd voorbereiden: en dan is het kaarsje uit.

In februari 2019 kwam er heel slecht nieuws. De dokter vertelde dat hij openingen vastgesteld had in de hersenen, en dat de hersenschors dunner wordt. ‘Er is heel veel kans dat de hersenschors ooit helemaal weg zal zijn. Dan ga ik mijn geliefden niet meer herkennen’, zegt An. Het is ontzettend moeilijk om die onzekerheid over de toekomst te dragen. ‘Maar ik heb heel veel moed, omdat mijn man en kinderen achter mij staan.’

Kleine gebaren zijn grote steun

Haar man, dochters en zussen geven haar veel kracht, zegt ze. ‘Ik leef voor hen. Zij hebben de zorg voor het gezin grotendeels van mij overgenomen.’ Haar zussen springen bij, en sinds een jaar of twee heeft ze een tweede mama en papa, vertelt ze: een koppel uit de buurt dat dag en nacht klaarstaat als An hulp nodig heeft. Het zijn die kleine gebaren die An enorm ging waarderen. Haar dochter die elke week met haar gaat zwemmen. Eens met man Luc een hapje eten buitenshuis. Met een vriendin naar de markt gaan. Vrienden die op bezoek komen.

Elke twee weken gaat An met de kinderen van de school naar de bib. ‘Het gaat moeilijker en moeilijker, maar ik ben de school dankbaar dat ik het kan doen.’ De kinderen zijn altijd blij als An komt, en An zelf vindt het heerlijk om verhalen voor te lezen.

Erbij horen

En dan is er die band met ’t Gerief.  An neemt deel aan werkoverleg en feestelijke ontmoetingen alsof ze nog altijd gewoon werkt. Het houdt de hoop wakker. ‘Ze zijn me niet vergeten, en dat doet deugd. Maar ik vind wel dat dat van twee kanten moet komen. Ik heb daar dus ook iets in te doen. En dat doe ik graag, omdat ik de mensen van ’t Gerief zo apprecieer.’

“Nog kunnen deelnemen aan werkoverleg en feestje. De mensen van de bureau ontmoeten: dat laadt mijn energie op.”

Dat An haar collega’s nog geregeld ontmoet, is een geschenk. De momenten dat ze binnenspringt op de bureau in Herentals doen deugd. Dat iemand dan vraagt Hoe is’t?, en dan echt luistert. Uitkijken naar werkoverleg en feestjes op het werk, ‘dat laadt mijn energie op’, zegt An. Het geeft kracht om er van dag tot dag het beste van te maken. ‘Ik beteken nog veel voor ’t Gerief. Ik ben daar altijd welkom en ik ben daar zeker van’, zegt An. Dat is wat ‘erbij horen’ doet met een mens.

An vertelt me over mooie dagen die in het verschiet liggen. Dochter Karen trouwt in april. In mei trekt ze met Luc enkele dagen op vakantie. Uitkijken naar bijzondere momenten geeft energie om elke dag te nemen zoals die komt. Geraakt door haar verhaal neem ik afscheid. We kijken elkaar in de ogen. Onze aarzelende knuffel zegt meer dan honderd dankbare woorden.